Columns

Voor het blad ‘De POH’ van de Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners schrijft Ellis een column. Situaties in het werk als praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk zijn een onuitputtelijke bron van inspiratie.  In juni 2017 liet ze zich inspireren door het tienjarige bestaan van de vereniging.

Samen sterker

Eind jaren tachtig keek ik als leerling-verpleegkundige met grote ogen naar mijn oudere collega’s in het nieuws. Ze gingen de straat op. Ze waren boos: ze hadden te veel verantwoordelijkheid, te weinig bescherming en te weinig salaris. De Witte Woede trok door het land. Demonstreren durfde ik niet, staken was als leerling not done. Ik voelde me wel strijdvaardig en deed mee aan de vriendelijkere acties: stiptheidsacties en werken in zwarte kleding. Terwijl de specialisten zuchtten onder hun taken, genoten de patiënten van de extra aandacht. Wat de acties precies opleverden, is me niet bijgebleven, wel het gevoel van saamhorigheid, belangrijkheid en zelfbewustzijn.

Wij, verpleegkundigen, namen ons werk serieus. En werden serieus genomen.

De opleiding rondde ik nooit af; ik ging aan de slag als doktersassistente in een huisartsenpraktijk en volgde de opleiding. Begin jaren negentig had ik een grote variëteit aan collega’s. Er waren wel doktersassistentes, maar ook echtgenotes van huisartsen die al breiend de telefoon aannamen en secretaresses. Toen ik begon was de cao Huisartsenzorg net in ontwikkeling. Inmiddels is die cao er, zijn er veel taken bijgekomen, is een diploma verplicht, heeft de Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten (NVDA) zich ontwikkeld tot een stevige belangenbehartiger en krijgt het kwaliteitsregister meer vorm.

Wij, doktersassistenten, namen ons werk serieus. En werden serieus genomen.

Inmiddels behoor ik tot een andere beroepsgroep, namelijk die van de praktijkondersteuner. Een jong beroep dat volop in ontwikkeling is. Het competentieprofiel verandert, er wordt gedifferentieerd, er zijn collega’s GGZ bijgekomen. Het takenpakket verschilt per huisartsenpraktijk. De plaats in de organisatie ook, zo bleek tijdens een workshop over de positie van de POH’er, die ik met een regionaal netwerk volgde. Ook is er een grote variatie in betrokkenheid bij andere organisaties en/of projecten. Tijdens de workshop spraken we over hoe we ons werk zien, welke positie we willen innemen, wat onze toegevoegde waarde is in de huisartsenpraktijk, met wie en hoe we samenwerking zien, en hoe onze belangen behartigd kunnen worden. Op al die vragen hadden we niet direct antwoord. Wel voelden we als leden van ons regionale netwerk saamhorigheid, belangrijkheid en zelfbewustzijn. Dat gevoel biedt een stevige basis om samen te werken aan de ontwikkeling van ons beroep. In ons eigen netwerk, maar ook daarbuiten. Bij de NVvPO bijvoorbeeld.

Wij, praktijkondersteuners, nemen ons werk serieus. En worden serieus genomen. Samen zijn we sterker!